Cultuurfilosofische

Essays

van

Tom Tak

 

Een reeks artikelen voor een breed publiek over levensbeschouwelijke vragen in verlichting en romantiek, modernisme en postmodernisme. Onderwerpen die regelmatig terugkeren zijn: vervreemding, verveling, melancholie en angst. Maar ook verlichting en geloof, het kwaad, dierlijk en menselijk bewustzijn, utopie en dystopie, het wereldbeeld van de moderne pedagoog.

 

Wilhelm Meister revised, de moderne maanroep: maak wat van je leven

  Fantasie is ervaring. Edward Hopper schilderde in 1942 Nighthawks. Een werk dat melancholiek maakt. Nachtuilen. Eenzame figuren, een man, nog een man en een vrouw zitten verzonken in gedachten aan een bar, die voor het overige leeg is. Mensen die aan contactarmoede lijden. Uitgestotenen. Een voorstelling die ogenschijnlijk typisch is voor het leven in de grote stad tijdens een crisis. Of wilde Hopper juist creatieve mensen schilderen die ondanks hun troosteloze aanblik elk moment kunnen opstaan om aan hun leven een nieuwe wending te geven? Een euforisch beeld: een man en een vrouw verlaten bij het aanbreken van de dag de bar. Zij lopen door de straten van New York. Belofte van intimiteit. Hij weet niets van haar en zij niets van hem. Kwetsbare mensen. Alfred Hitchcock gebruikte werk van Hopper als bron van inspiratie bij zijn opnamen voor Psycho in 1960 en Georges Simenon schreef in 1946 een dramatisch liefdesverhaal, in 1965 door Marcel Carné verfilmd, Trois chambres à Manhattan, dat lijkt op een beschrijving van Nighthawks [verder ...]

 

Verlichting en religie, geloof verdwijnt niet zomaar

 Bijna alle culturen kennen de geschiedenis van een geheimzinnige graal, en bijna allemaal vertellen ze de geschiedenis van de zoon die zijn moeder begeert en zijn vader uit de weg wil ruimen. Ook het verhaal van de vrouw die in het oerwoud door een jaguar wordt opgejaagd en door een kinderstem wordt gered is bij meerdere volkeren bekend. De personages die in deze mythische vertellingen voorkomen variëren. Het hoeft niet noodzakelijk een jaguar of een kind te zijn. Hierover kunnen wij lezen in de mythologica van de Franse socioloog en filosoof Claude Lévi-Strauss die dit jaar honderd jaar zou zijn geworden. [verder ...]

                                                                      

Theatrum mundi, de wanhopige zoektocht naar het echte leven

 <All the world’s a stage, and all the men and women merely players: they have their exits and their entrances; and one man in his time plays many parts, his acts being seven ages> is een beroemde uitspraak van William Shakespeare in zijn romantische komedie As you like it. Een stuk waarin vorstelijke personen met hun bedienden, boeren, herders en een nar zich allemaal anders voordoen dan zij in werkelijkheid zijn. Het wordt één grote verkleedpartij. Pas in de vrije natuur vallen de maskers af en gaan de hoofdpersonen op zoek naar hun ware aard én naar de ware liefde. Het is één van de vroege werken van Shakespeare, waarschijnlijk al rond 1599 ontstaan. De verhaallijn, het thema en de conflicten die erin uitgewerkt worden, zijn nogal gebrekkig. Anders dan in een karakterkomedie waarin bepaalde karaktereigenschappen worden verbeeld, vaak op overdreven wijze, worden hier de toeschouwers geconfronteerd met bizarre zielenroerselen en heftige gemoedsuitbarstingen. [verder ..]

                                                                   

Verloren in de stad, oord van diepe verveling

 Parijs! Stadsimpressie uit een ver verleden: eeuwenoude huizen scheef weggezakt. Boven smalle, donkere stegen raken de toppen van wankele gevels elkaar bijna. Vanuit een enkel dakraam, tussen hoge schoorstenen door, is nog een veeg blauw van de hemel te zien. In deze wereld is geen plaats meer voor de natuur, behalve opgesloten tussen de wanden van de huizen, op hoge kademuren en in diepe krochten van de menselijke ziel. De negentiende eeuwse dichter Charles Baudelaire bekende eens: alleen van mislukte natuur kan ik houden, alleen zo vang ik nog een glimp op van de oneindigheid. Zijn Les fleurs du mal is een van de vroegste gedichten over het verdwijnen van de oude en de komst van een nieuwe stad, vol met symbolen en allegorieën die staan voor leegte, verveling en melancholie. [verder ...]

                                                                                   

De diermens van Kafka. Over de symbolische en werkelijke betekenis van de relatie tussen mens en dier

 In nogal wat verhalen van de Praagse schrijver Franz Kafka komen dieren voor. Zelfs een enkele keer is alleen een dier aan het woord, zoals in Ein Bericht für eine Akademie, Forschungen eines Hundes en Der Bau. Het zijn monodrama’s van een aap, een hond en van een niet bij naam genoemd dier dat onder de grond leeft. Geschiedenissen waarin de grens tussen dier en mens geleidelijk vager wordt. De aap Rotpeter vertelt aan de leden van een academisch genootschap zijn levensverhaal, een bizarre geschiedenis van afgedwongen aanpassing aan het mensenbestaan, tegelijk een pedagogische satire. De hond, die als een mens denkt, onderzoekt de betekenis van voedsel voor de instandhouding van zijn lichaam en raakt daarbij verstrikt in beschouwingen die uitgaan boven het feitelijk bewijsbare. Het dier in Der Bau, mogelijk een das, vermoedt dat er in zijn buurt vijanden zijn die constant op hem loeren. Door al zijn gepieker hierover komt hij nauwelijks aan slapen toe. Op den duur gaat hij aan zijn angst, zonder ooit een belager te hebben gezien, ten onder. Metaforisch betekenen Kafka’s dierenfiguren: de nabijheid van de mens. Zijn beeldtaal is rijk aan symbolen die de lezer in de diepte trekken van de eigen ziel en het oneindige aanduiden. [verder ...]

                                                                      

Ithaca, Botho Strauss' eiland van gelukzaligen: een feest van archetypen

 Ithaca is één van de Ionische eilanden aan de westkust van Griekenland. Algemeen wordt aangenomen dat hier in de oudheid het koninkrijk van Odysseus lag. Hij is een van de helden die bezongen wordt in de Ilias en Odyssee van Homerus, een Griekse bard vermoedelijk uit Smyrna in de achtste eeuw v. Chr.. Odysseus heet bij hem een dapper en listig man. Een sterk staaltje van zijn slimheid was de bouw van een groot houten paard waarin zich een aantal Grieken verstopte en dat voor de poort van het machtige Troje werd geplaatst. De Trojanen, die de overwinning al roken, sleepten het bouwwerk zelf hun stad in, wat uiteindelijk tot hun ondergang zou leiden. Na de val van Troje deed Odysseus tien jaar over de terugreis naar Griekenland. Een lange dwaaltocht over onbekende zeeën met vele huiveringwekkende avonturen waarbij hij al zijn vrienden en medestrijders verloor. Na zo’n lange tijd wachtte op Ithaca vrijwel niemand meer op hem. Alleen zijn vrouw Penelope en zijn zoon Telemachus hadden de hoop nog niet opgegeven.[verder ...]

                                                                      

Vals leven, valse bevrijding. New Work van Frithjof Bergmann, Café Umberto van Moritz Rinke en een postmoderne Dionysus

 <Ich habe dich auf der Strasse gesehen. Auf dem Boden.> Niet ver over de grens met Duitsland, in de stad Keulen, vindt men de leef- en werkgemeenschap Die Socialistische Selbsthilfe Mülheim die al meer dan twintig jaar toevluchtsoord is voor daklozen, gehandicapten en sociaal onaangepasten. De bewoners verdienen hun brood met de opruiming van zolders, het overbrengen van iemands inboedel en de verkoop van tweedehands goederen in een kringloopwinkel. Het bijzondere van deze commune is dat zij de 'New Work' propagandeert van Frithjof Bergmann, een in linkse kringen bekende filosofie professor uit Ann Arbor in de Verenigde Staten. Het Nieuwe Werk is een combinatie van loonarbeid, huishoudelijke arbeid en het zogenaamde 'calling', doen waartoe je je echt geroepen voelt. Of met woorden van Nietzsche: <Werde, der du bist>. Een proces dat vele aanlopen kent en vele omwegen. Ook mislukkingen met de noodzaak zich opnieuw te oriënteren. Wie zich door zijn intuïtie laat leiden, komt nog het verst. Goethe las in een opstel van een liedjesschrijver in Berlijn, ene Zelter, de vermaning <Was man nicht liebt, kann man nicht machen>. Het maakte indruk op de grote dichter. Hij schreef een brief aan Zelter met de woorden: “Da ging mir ein Licht auf und ich sah recht gut ein, dass ich die Arbeit bisher als ein Geschäft behandelt hatte.” [verder ...]

                                                                      

Goethe en 'De man van vijftig', gevoel en levensbeschouwing in de vroege romantiek

 <Heftiges Pochen und Rufen an dem äussersten Tor, Wortwechsel drohender und fordernder Stimmen...> in de hand hebben we een novelle van de achttiende en vroeg-negentiende eeuwse dichter Johann Wolfgang von Goethe. Het is Der Mann von fünfzig Jahren, een liefdesdrama dat loopt als een trein. Dit verhaal maakt met andere novellen, beschouwingen over kunst, filosofie en maatschappijleer deel uit van een zeer complexe roman, Wilhelm Meisters Wanderjahre, oder die Entsagenden. Een psychologische raamvertelling die karakterontwikkeling met fijn gevoel voor detail levendig en fantasievol schildert. Goethe heeft er tot in hoge ouderdom aan gewerkt. Het thema van De man van vijftig is een onmogelijke liefde. De hoofdpersonen moeten na een grote mislukking in hun leven, gevolgd door een langdurige periode van geestelijke ontreddering, proberen een nieuwe start te maken. Het onderwerp paste bij de geest van de tijd kort na de Franse revolutie. Het is romantische antropologie in verhaalvorm. Een levensleer voor mensen met voldoende gezond verstand. De toon blijft optimistisch, want ieder van ons kan zich altijd ontwikkelen.[verder ...]

 

Michel Houellebecq, Peter Handke en Martin Walser zoeken naar wonderen naast het aardse

 'Het onbeschrijfelijke, hier is het gebeurd.’ Het zijn de slotwoorden van Chorus Mysticus in Faust II. De geleerde Faust, die zijn ziel aan de duivel heeft verpand, wordt door engelen gered en vaart naar de hemel. Goethe noemt de vergankelijkheid van het leven niet meer dan een allegorie. Lichamelijke en geestelijke beperkingen zijn niet blijvend. Er wacht Faust een grootse, liefderijke toekomst ... <das Ewig-Weibliche zieht uns hinan>. In een aantekening van 13 augustus 1829 schrijft Goethe ook nog dat in de hemel volmaaktheid regel is, op aarde moeten de mensen ernaar streven. [verder ...]

 

Eeuwig lijkt het kwaad, het onmenselijke verdwijnt niet zomaar

 Niet lang geleden noemde in een vraaggesprek de Franse filosoof André Glucksman de militaire bezetting van Irak door Amerika gerechtvaardigd, een uitspraak die in Europa tegen de publieke opinie inging. Echt interessant werd zijn verhaal toen hij over folter begon. Onverenigbaar met de menselijke waardigheid, zei hij nadrukkelijk, maar niet op grond van een sociale utopie, zoals die van Karl Marx, het ‘rijk der vrijheid’. Mensenrechten hebben vóór alles een praktische betekenis. Zij zijn een noodzakelijke verdedigingswal tegen onze eigen boosheid en die van anderen. Middel tot afweer van het onmenselijke. Glucksmann gaf blijk Dostojewski goed te hebben gelezen. Hij noemde het idee dat diep in zijn ziel iedere misdadiger met zichzelf ontevreden is een gevaarlijk praatje van linkse maatschappijhervormers die niet zien hoe explosief een mengsel van zelfbeklag en jaloezie wel kan zijn. Nieuwe hogepriesters die volgens een andere belangrijke vertegenwoordiger van de Franse intellectuele scene, Jean Baudrillard, niet alleen hun kritiek op de burgerlijke maatschappij te ver doordrijven, maar haar ook combineren met de onberedeneerde notie dat zoiets bestaat als ultieme waarheid. Waarheid als het verhevene ‘achter’ decadente verschijnselen. Voor Baudrillard en ook Glucksmann een onmogelijk antwoord op pijnlijke levensvragen. [verder ...]

                                                                      

Ralph Waldo Emerson, captain of his soul

 Emerson was, evenals zijn vriend Henry David Thoreau, een uitgesproken dagboekschrijver. <A preacher to himself>, noemt hem de Amerikaanse literatuurcriticus Austin Warren. Voor Emerson was het schrijven over filosofische thema’s, over kunst en religie een manier van leven. Zo ontstond in de loop van de jaren het in Amerika beroemd geworden Journal. Het bestaat voornamelijk uit autobiografische aantekeningen en filosofische kritieken. Poëtisch geschreven. Emerson putte er stof uit voor zijn talloze voordrachten, ook voor zijn essays. Deze verschenen meestal eerst in kranten en pas later in boekvorm. Bij Emerson draait alles om de ontplooiing van de eigen persoon. <Do not seek for things outside of yourself.> Niets is heilig, behalve de integriteit van het eigen bewustzijn, het ongeschonden ik, lezen we in het essay Self-Reliance. Emerson liet zich vaak kritisch uit over zijn conservatieve tijdgenoten, die in de maatschappelijke omgang, filosofie, kunst en religie slechts positieve, streng omlijnde, onvoorwaardelijke opvattingen konden waarderen en vaak personen met meer losse overtuigingen te vuur en te zwaard bestreden; kunstenaars, schrijvers en predikers, zoals Emerson zelf, die juist niet pretenderen alles te weten, maar zoekend zijn. Hij noemde de vastgeroeste standpunten van de behoudende mens een ziekte van het intellect, die het zelfvertrouwen ondergraaft en afbreuk doet aan de essentie van humaan leven, de genius, <that gleam of light which flashes across his mind from within>. [verder ...]

                                                                      

Ik ben niemand, een romantische onderstroom in Amerika

 Op een eenzame plek in het berglandschap van Escalante, Zuid-Utah, staat in een rotswand gekrast ‘<Nemo 1934>. Ik ben niemand. De schrijver was de legendarische canyondichter Everett Ruess (1914-1934?) die met zijn ezel en met het verhaal van kapitein Nemo op zak, Vingt mille lieues sous les mers van Jules Vernes, in dit woeste gebied veel rondzwierf. Het was zijn laatste teken van leven. Niemand heeft ooit meer van hem gehoord. Slechts een enkele bergbewoner meent, bij heldere avondhemel op paden die naar grote hoogten voeren, nog weleens zijn silhouet te hebben gezien en dat van zijn ezeltje. Kunstschilder wilde Everett Ruess worden. Hij had echter niet genoeg talent. Beter schilderde hij met de pen. In brieven aan zijn ouders en in een dagboek beelden van de wilde natuur. <In solitude I can bare my soul to the mountains unabashed. I can work or think, act or recline at my whim, and nothing stands between me and the wild.> Ook Amerika kent romantici. [verder ...]

                                                                      

Engelen van de dood, Jean-Jacques Rousseau als profeet

 <Égalité des faits.> Van 1792 tot midden 1794 waren in het revolutionaire Frankrijk de namen van Robespierre, Marat, Danton, Hébert en Saint-Just op ieders lippen. Vooral Maximilian Robespierre stond als een gewiekst politicus bekend. Hij zorgde ervoor dat de radicale Jacobijnen, ook wel Montagnards genoemd vanwege hun zitplaatsen hoog op de tribune in de Nationale Vergadering, hun onderlinge verschillen bijlegden en instemden met een sociaal-politiek programma dat gelijkheid voor iedereen verkondigde. <Égalité des faits>, klonk het herhaaldelijk in het nieuwe parlement. De burgerlijke vrijheid van de liberale Girondijnen, < égalité des conditions>, werd door de linkse volksvertegenwoordigers radicaal afgewezen. Met enkel een mooi verhaal over gelijke kansen haalt men het volk niet uit zijn misère, vonden zij. Actie was nodig en geweld mocht niet worden geschuwd om een einde te maken aan de vele privileges van de aanzienlijken. [verder ...]

                                                                      

Op naar het paradijs! Wandervögel klotzen van Skandinavië tot Sicilië

 De schoonste paradijzen zijn die, welke voor goed verloren zijn gegaan. Zij geven aan de herinnering een glans die er in werkelijkheid niet is geweest. Zich iets uit een ver verleden voor de geest halen behoeft niet altijd te bestaan uit het in chronologische volgorde noemen van feiten, maar kan ook een reis zijn die in de verbeelding wordt afgelegd. Een speurtocht in de eigen binnenwereld langs oude paden op zoek naar de oorsprong van de dingen, naar de eerste en nog maagdelijke zintuiglijke indrukken van een steen, planten, dieren en mensen. Een echte 'pèlerinage de l’ âme'. Dan worden in een wereld van mythische beelden en symbolen een zich makkelijk schikkend verleden en een heerszuchtig heden als door goddelijke tover weer aan elkaar gelijk. Gevoelens van weemoed en opstandigheid vloeien nu zonder moeite in elkaar over en vormen een eenheid. [verder ...]

                                                                      

Doxumenta X: hoop geeft de ziel vleugels, angst maakt haar zwaar

 Aankomst in Kassel. Van juni tot september werd in deze Hessische stad een omvangrijke retrospectieve tentoonstelling van moderne kunst gehouden. Catharine David, conservatrice in Parijs, mocht haar inrichten. Zij bracht ruim een halve eeuw kunst met een politieke boodschap bij elkaar. Ook werk van Nederlanders werd gekozen, zoals van de architect Aldo van Eyck en de fotograaf en filmer Ed van der Elsken. Het kunstbegrip werd door David zo opgerekt dat ook het werk van videomakers, performers en kunstzinnige therapeuten kon worden geëxposeerd. [verder ...]

                                                                      

Wittgenstein en de postmoderne romankunst
van Umberto Eco

  Het subject hoort niet tot de wereld, maar is een grens van de wereld. De mens speelt met een wereld die ook met hem speelt. Zijn betekenis voor de wereld is medeafhankelijk van andere zaken. Nooit is zijn macht over de natuur en andere mensen onaantastbaar. Modernen die deze gedachte aanhangen, verwerpen impliciet de humanistische visie op een autonoom subject en kiezen vaak ook voor een principieel eclecticisme. Zij worden wel postmodernen genoemd die geen onderscheid maken tussen hoge en lage cultuuruitingen en als filosoof, wetenschapper of literair schrijver schijnbaar ordeloos elementen combineren uit velerlei stromingen, genres en stijlen. Een goed voorbeeld van Europese postmoderne romankunst is De slinger van Foucault van de Italiaanse taalgeleerde Umberto Eco. Een cultuurkritisch werk dat de besluiteloosheid en de paranoïde angsten van de laat moderne mens knap weet te veraanschouwelijken.[verder ...]

                                                                                                                                                      

Moderne opvoeding: een slecht zittend jasje.
Friedrich Nietzsche over opvoeding in zijn
Bazelse voordrachten

  'Je bent niet veranderd, het is helaas zo, ik kan 't niet geloven, hoe jij nog zo dezelfde bent als voor zeven jaar, toen ik je voor 't laatst zag ... ' - zo spreekt een oude filosoof tot een jonge man in een verhaal dat wordt verteld door Friedrich Nietzsche.
Zij zitten samen op een bankje, hoog boven de rivier de Rijn ergens in Duitsland en genieten van het uitzicht. De dag loopt ten einde. De zon gaat onder en de aanbrekende schemering nodigt uit tot verdere overpeinzingen. Maar rustig gaat het er niet aan toe. De filosoof spreekt zó luid dat hij door enige jongelui, die zich in zijn buurt ophouden en er als student uitzien, wel gehoord moet worden. Flarden van het opgewonden gesprek waaien naar hen over: 'Wat tref ik aan? - een intellectueel zonder eigen karakter'. Dan de welhaast niet te vertalen woorden: <Deine übergehängte moderne Bildungshaut!>. De oude klaagt verder over massa-onderwijs, over routine bij het leren en over te grote invloed van wetenschappelijke kennis. Moderne opvoeding is naar zijn mening te vergelijken met een slecht zittend jasje. De onvrijwillige toehoorders moeten zeer verbaasd zijn geweest. Misschien hebben zij ook later zich nog weleens afgevraagd wat de filosoof met die übergehängte moderne Bildungshaut toch kon hebben bedoeld. Misschien de 'smalltalk' van mensen die oppervlakkig leven. Hun onbeduidende keuvelarij. Of een verwijzing naar de vele kunstgrepen waarmee half-intellectuelen de natuur, de maatschappij en de geschiedenis behandelen? [verder ...]

 

Martin Heidegger:
techniek gewikt en gewogen

Een romantische speurtocht over >Holzwege< In de vroege zomer van 1933, toen in Duitsland de Nazi’s aan de macht kwamen, hield de filosoof Heidegger op uitnodiging van de Heidelbergse nationaal-socialistische studentenvereniging een rede over: “Die Universität im neuen Reich”. In de zaal heerste een gespannen sfeer. Vooraan zaten de hoogleraren, in toga gekleed, daarachter hen vijandig gezinde revolutionaire studenten. Heidegger verscheen in korte broek en hemd met schillerkraag. Zijn woorden striemden het gehoor op de eerste rijen. [verder ...]

 

Adalbert Stifter:
Nachsommer

Mijn vader was koopman. Met deze weinig verbluffende bekentenis begint de roman Der Nachsommer van de Oostenrijkse schrijver Adalbert Stifter. Een zogenaamde ‘Bildungsroman’, die voor het eerst in 1857 uitkwam en nog altijd herdrukt wordt. De vertelling speelt in de vroege-negentiende eeuw en ademt een geest van behaaglijkheid, huiselijke degelijkheid, maar ook van gezapigheid en gebrek aan interesse in nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de industrialisatie en de snelle groei van steden. [verder ...]

 

Albert Camus:
l’Homme absurde

Albert Camus, een in de jaren vijftig door existentialisten in Parijs bewonderde schrijver, protégé van Jean-Paul Sartre en Jean Grenier, werd vlak voor het uitbreken van de eerste Wereldoorlog geboren in Algerije, dat toen nog een Franse kolonie was. Hier groeide hij onder moeilijke omstandigheden op. Zijn vader sneuvelde in een van de eerste veldslagen aan de Marne, waarna zijn moeder met werkhuizen haar kinderen moest onderhouden. Camus was hoogbegaafd. Ondanks armoede en ziekte (tbc), lukte het hem om, met steun van enige weldoeners, filosofie te studeren. Een uitzonderlijke biografie? [verder...]

 

Info: mail@tomtak.nl